Roteer je mobiel of vergroot je venster voor optimaal gebruik van deze website.
Titel van formulier
Ondertitel van formulier
Affectief contact is geen 'nice to have', het is de basis.
Door
Maurice Smit
Artikel
Inspiratie
Verhaal


In organisaties zijn we druk. Druk met presenteren, rapporteren, afstemmen. We sturen updates, zitten in overleggen. We laten zien dat we bezig zijn. Kortom, we zijn zichtbaar. Maar zichtbaarheid is niet hetzelfde als écht aanwezig zijn.
Ik ben dol op gedoe. Geef mij maar de vergadering waar het ongemakkelijk wordt, het team waar de onderstroom voelbaar is. Niet omdat ik van conflict houd, maar omdat ik merkte (en dat kostte me tijd om te zien) dat mensen daar ophouden met presteren voor de kamer. De façade van zichtbaar zijn valt weg. En dan wordt een ander soort contact mogelijk. Dat is niet iets wat je organiseert. Het overkomt je, als je er tenminste voor open staat.
Als professional in organisaties herken je dit waarschijnlijk. Je hebt verandertrajecten zien stranden die op papier klopten. Interventies meegemaakt die theoretisch prima waren maar niets bewogen. Het probleem zat zelden in het programma. Soms zit het in de cultuur, soms in de structuur van de organisatie. Maar vaak ook, en dat is het ongemakkelijke, in het contact. Tussen jou en de ander. In of het programma werkelijk landde. Of mensen er echt waren, of alleen functioneel aanwezig.
De haptonomie maakt hier een nuttig onderscheid: effectief contact versus affectief contact. Effectief contact is functioneel: je vervult je rol, je communiceert wat verwacht wordt. Affectief contact vraagt meer: je laat de ander er werkelijk toe doen. Je bent niet alleen aanwezig in de ruimte, maar aanwezig vóór de persoon. Verbonden, op de gevoelslaag - niet alleen beschikbaar. Dat tweede zijn we in organisaties minder goed in geworden. Communicatie en expertise kan ook een manier zijn om afstand te houden: vriendelijk, professioneel, maar zonder je echt bloot te geven. Ik herken zelf mijn bereikbaarheid voor de ander, maar zonder zelf écht geraakt te worden.
Het is ook begrijpelijk. Organisaties zijn plekken van prestatiedruk en hiërarchie. Echte nabijheid vraagt moed. De bereidheid om je niet te verschuilen achter je rol of je agenda, om toe te laten dat wat de ander beweegt jou ook raakt. Maar als dat lukt, merken mensen het. Een gesprek dat ergens over gaat. Een vergadering die iets teweegbrengt. Samenwerking waarin mensen zich niet alleen nuttig voelen, maar ook verbonden.
Ik zeg niet dat structuur en doelen er niet toe doen. Die doen er wel toe. Maar ik heb genoeg trajecten zien stranden om te weten: ze landen niet als het contact er niet is. Ik werk bij KSG vanuit die overtuiging: dat affectief contact geen nice to have is, maar de basis. En het begint, elke keer weer, bij een simpele vraag: ben je zichtbaar, of ben je écht aanwezig?
Ontdek alles over Human skills, Generaties en Huppelepup