Roteer je mobiel of vergroot je venster voor optimaal gebruik van deze website.
Meld je aan voor onze nieuwsbrief
We zijn soms zo druk bezig met profesioneel zijn, dat we vergeten mens te zijn.
Door
Daphne Nonahal
Artikel
Interview
Verhaal
%20(2).jpg)

Soms zijn we zo druk met professioneel zijn, dat we vergeten mens te zijn. Een persoonlijke ervaring tijdens de voorbereiding van een presentatie bracht me opnieuw bij die overtuiging. Over de professionele jas die we allemaal dragen, waarom die soms te strak zit en hoe meer menselijkheid leidt tot sterkere relaties, meer eigenaarschap en betere resultaten en leukere organisaties.
Een paar dagen voordat ik een presentatie gaf tijdens ons KSG Klantevent, gaf ik een ‘generale repetitie’ voor mijn man. Toen ik klaar was, keek ik hem met verwachtingsvolle ogen aan: “En.. wat vind je ervan?!” "Mooi verhaal," zei hij. "Maar wat mij betreft veel te gepolijst."
He verdorie’, dacht ik, hier zit ik niet op te wachten! Ik voelde eerst weerstand richting hem. Maar toen ik zijn opmerking wat meer op me in liet werken besefte ik dat hij gelijk had. Ik voelde zelf ook afstand tot mijn verhaal. Het liefst wilde ik het vertellen vanuit een heel mooi af verhaal, met mooie woorden. Een beeld uitstralen dat ik er volledige controle over heb. Maar ik besefte me dat dat natuurlijk niet waar is. Dat ik daarmee ook een deel van mezelf niet laat zien.
Toen ik daar over nadacht besefte ik me dat dat in stand houden ook veel energie kost. En misschien nog wel erger, ik schep er afstand mee. Afstand tot mezelf en daarmee ook tot anderen. En dat is het laatste wat ik wil.
Dus ik schrapte wat mooie woorden en nam mezelf voor om er zoveel mogelijk vanuit mijn hele zelf te staan. Gewoon als mens met ook m’n twijfels en m’n rafelingen en m’n spanning.
En dat lukte, inclusief black-out, die er gewoon kon zijn.
Mijn ervaring in de voorbereiding van mijn presentatie zei mij iets over wat ik steeds vaker zie in organisaties: we zijn soms zo druk bezig met professioneel zijn, dat we vergeten mens te zijn.
%20(1).jpg)
Wat ik hier schrijf is waarschijnlijk niet nieuw. Toch geloof ik dat we er een serieuze herinnering aan nodig hebben. Als ik om me heen kijk, zie ik namelijk dat we steeds meer vervreemd raken van datgene wat ons mens maakt. We leven in een tijd van voortdurende versnelling. Niet alleen op het werk, maar overal. De nadruk ligt op presteren, resultaten behalen, efficiëntie en steeds meer doen in minder tijd.
De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving waarschuwde onlangs zelfs voor een "hypernerveuze samenleving" waarin ons welzijn steeds verder onder druk komt te staan. In organisaties zie ik soms situaties die ik niet anders kan omschrijven dan menselijk-arme omgevingen. In de IT bestaat daar zelfs een term voor: people debt. Het structureel verwaarlozen van het menselijke kapitaal binnen organisaties.
Dat raakt me. Dat we zo goed zijn geworden in organiseren, optimaliseren en sturen, maar soms vergeten wat daarvoor de basis vormt: mensen.
Onlangs begeleidde ik een team waar het ziekteverzuim en personeelsverloop uitzonderlijk hoog waren. Managers wisselden elkaar ongeveer ieder jaar af. De communicatie ging vrijwel uitsluitend over taken en resultaten. Er was nauwelijks aandacht voor elkaar als mens. Medewerkers namen slechts een klein deel van zichzelf mee naar hun werk.
Dat had grote gevolgen voor de cultuur. Mensen voelden zich minder verbonden, verloren energie en werden in sommige gevallen letterlijk ziek. Het is een extreem voorbeeld, maar zeker niet uniek.
Wat ik ook in veel organisaties zie, is dat gesprekken vooral over inhoud gaan. Over projecten, doelstellingen, processen en cijfers. Ondertussen blijft alles wat óók invloed heeft op samenwerking buiten beeld. Tijdens een intervisie verwoordde iemand dat treffend:
"We zouden ons wat meer moeten beseffen dat er achter al die rationele vergaderingen allemaal onzekerheden verscholen zitten."
Door die onzekerheden onbesproken te laten, laten we veel potentieel liggen.
Om dit uit te leggen gebruik ik een eenvoudige metafoor: die van de professionele jas.
Iedereen kent zo'n jas. We trekken hem aan wanneer we naar ons werk gaan en doen hem weer uit wanneer we thuiskomen. En misschien hebben we thuis weer een andere jas aan. Dat is op zichzelf niet verkeerd. Jassen helpen ons immers om ons te bewegen in verschillende situaties.
Problemen ontstaan wanneer die jas te strak gaat zitten. Dan horen daar allerlei ongeschreven regels bij;
Langzaam maar zeker wordt de jas belangrijker dan degene die hem draagt. En daarmee creëren we onbedoeld werkculturen waarin menselijkheid steeds minder ruimte krijgt. Werkplekken worden dan geen plekken die energie geven, maar plekken die energie kosten. Met alle gevolgen van dien: minder betrokkenheid, meer verloop, meer verzuim en een enorme hoeveelheid onbenut potentieel.
Stel dat die professionele jas iets meer ruimte biedt. Dat de jas wat losser mag. Dan wordt het leuk! Dan ontstaat er ruimte om jezelf mee te nemen naar je werk. Om relaties op te bouwen waarin eerlijkheid mogelijk is. Om te kunnen zeggen:
Of:
Er ontstaat ruimte voor spontaniteit. Voor creativiteit. Voor humor. Voor echte samenwerking.
En paradoxaal genoeg wordt de inhoud daar vaak beter van. De gesprekken worden scherper, de betrokkenheid groeit en mensen voelen zich meer verbonden met hun werk en hun organisatie. Dat vergroot ook iets waar bijna iedere organisatie naar op zoek is: meer eigenaarschap.
En laat één ding duidelijk zijn:
Wanneer ik het heb over menselijkheid, ontstaat soms het misverstand dat het minder zakelijk zou worden. Dat is niet wat ik bedoel. Menselijkheid betekent niet dat moeilijke beslissingen verdwijnen. Het betekent niet dat werk alleen maar gezellig moet zijn. Je kunt een stevige zakelijke keuze maken én dat op een menselijke manier doen. Voor mij staat menselijkheid en zakelijkheid niet tegenover elkaar. Ze hebben elkaar nodig. Juist de combinatie maakt organisaties gezond, duurzaam en succesvol.
Daarom begint deze beweging wat mij betreft bij leiderschap. Leiders bepalen immers wat normaal is. Waar aandacht naartoe gaat. Wat bespreekbaar is.Wat wordt gezien en wat onzichtbaar blijft. De toon die leiders zetten, wordt haarfijn aangevoeld en overgenomen door de rest van de organisatie. Organisaties hebben leiders nodig die zichzelf durven inbrengen. Die mensen daadwerkelijk aankijken in plaats van over hen heen kijken. Die tijd maken voor een echtgesprek. Niet omdat het moet, maar omdat het ertoe doet.
Ruimte maken voor menselijkheid zien wij bij KSG niet als iets groots. Niet als een nieuw cultuurprogramma. Niet als een beleidsplan.Niet als een extra project. Wij zien het als iets dat we ons vooral opnieuw hebben te herinneren. We weten het eigenlijk al.
We zijn er alleen een beetje van vervreemdgeraakt. Menselijkheid zit niet ergens ver weg.
Het is hier.
Nu.
In de keuze om een persoonlijke check-in te doen aan het begin van een vergadering. In de vraag: "Ik zie dat je vastloopt. Zullen we even samen kijken?"
In de eerlijkheid om tegen een opdrachtgever te zeggen dat je nog zoekende bent. Het zijn vaak juist de kleine momenten die het verschil maken. De vraag is niet of menselijkheid aanwezig is. De vraag is hoeveel ruimte we eraan geven.
Bij KSG proberen we mensen niet te leren hoe ze mens moeten zijn. We proberen hen eraan te herinneren. En we helpen hen om die keuze bewust te maken. Want uiteindelijk is menselijkheid geen methode. Het is een herinnering, het gebeurt in de interactie tussen mensen.
Op het moment dat we niet langer vanuit onze professionele jas tegen de jas van een ander praten, maar wanneer twee mensen elkaar werkelijk ontmoeten. En dat begint bij leiderschap.
Elke dag opnieuw. In elk gesprek.
Ontdek alles over wat wij doen en wat ons inspireert.